Genesis 7 · Leer de Bijbel

Genesis 7

Tekst uit de NBG (1951).

1
En de Here zeide tot Noach: Ga in de arkGrote houten boot die Noach bouwde op Gods opdracht., gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. en geheel uwVan jou/u (bezittelijk). huis, wantOmdat; geeft een reden aan. u heb Ik in dit geslacht voor mijn aangezicht rechtvaardig bevonden.
2
Van alle reine dieren zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zeven paar nemen, het mannetje en zijn wijfje, maar van de dieren, die niet rein zijn, één paar, het mannetje en zijn wijfje;
3
ook van het gevogelte desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. hemels zeven paar, mannetjes en wijfjes, om het geslacht in het leven te behouden op de gehele aarde.
4
WantOmdat; geeft een reden aan. over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodemDe grond, het oppervlak van de aarde. verdelgen.
5
En Noach deed naar alles wat de Here hem geboden had.
6
En Noach was zeshonderd jaar oud, toen de watervloed over de aarde kwam.
7
En Noach ging met zijn zonen en zijn vrouw en de vrouwen zijner zonen met hem, in de arkGrote houten boot die Noach bouwde op Gods opdracht. vanwege de wateren van de vloed.
8
Van de reine dieren en van de dieren, die niet rein waren, van het gevogelte en (van) alles wat op de aarde kruipt,
9
kwamen er twee aan twee tot Noach in de arkGrote houten boot die Noach bouwde op Gods opdracht., mannetje en wijfje, zoals God Noach geboden had.
10
Na zeven dagen kwamen de wateren van de vloed over de aarde.
11
In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. maand, op die dag braken alle kolken derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. grote waterdiepten open en werden de sluizen desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. hemels geopend.
12
En de slagregen was veertig dagen en veertig nachten over de aarde.
13
Op diezelfde dag gingen Noach en Sem, Cham en Jafet, Noachs zonen, en de vrouw van Noach en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de arkGrote houten boot die Noach bouwde op Gods opdracht.,
14
zij en al het wild gedierte naar zijn aard en al het vee naar zijn aard en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogels van allerlei gevederte;
15
zij kwamen dan tot Noach in de arkGrote houten boot die Noach bouwde op Gods opdracht. twee aan twee, van al wat leeft, waarin een levensgeest is.
16
En die kwamen, kwamen als mannetjes en wijfjes van al wat leeft, zoals God hem geboden had; en de Here sloot de deur achter hem.
17
En de vloed was veertig dagen over de aarde en de wateren wiesen en hieven de arkGrote houten boot die Noach bouwde op Gods opdracht. op, zodatMet als gevolg dat; daardoor. zij oprees boven de aarde.
18
Toen de wateren zeer toenamen en sterk wiesen boven de aarde, dreef de arkGrote houten boot die Noach bouwde op Gods opdracht. op de wateren.
19
En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganseGehele; volledige. hemel werden overdekt.
20
Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.
21
En al wat leeft, dat zich op de aarde roert, het gevogelte, het vee en het wild gedierte en alle wemelend gedierte, dat op de aarde wemelt, benevensEn ook; samen met. alle mensen, kwamen om.
22
Alles, in welks neus de adem van de levensgeest was, alles wat op het droge was, stierf.
23
Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodemDe grond, het oppervlak van de aarde. was, mensen zowel als vee en kruipend gedierte en het gevogelte desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. hemels, zodatMet als gevolg dat; daardoor. zij verdelgd werden van de aarde; Noach alleen bleef over en wat met hem in de arkGrote houten boot die Noach bouwde op Gods opdracht. was.
24
En de wateren hadden de overhand over de aarde, honderd vijftig dagen lang.