Numeri 17 · Leer de Bijbel

Numeri 17

Tekst uit de NBG (1951).

1
De Here sprak tot Mozes:
2
Spreek tot de Israëlieten en neem van hen voor elke stam één staf van al hun vorsten, naar hun stammen twaalf staven; ieders naam zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. op zijn staf schrijven;
3
maar de naam van Aäron zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. op de staf van Levi schrijven, wantOmdat; geeft een reden aan. één staf dient voor het hoofd van hun stam.
4
Dan zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. deze nederleggen in de tent derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. samenkomst vóór de getuigenisWat iemand zegt over wat God gedaan heeft., waar Ik met u pleeg samen te komen.
5
En de man die Ik verkies, diens staf zal bloeien; zo zal Ik het gemor, waarmee de Israëlieten tegen u morren, tot zwijgen brengen, zodatMet als gevolg dat; daardoor. Ik het niet meer hoor.
6
Nadat nu Mozes tot de Israëlieten gesproken had, gaven al hun vorsten hem voor iedere vorst één staf, naar hun stammen twaalf staven, en de staf van Aäron was onder hun staven.
7
Mozes nu legde de staven neer vóór het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren in de tent derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. getuigenisWat iemand zegt over wat God gedaan heeft..
8
Toen Mozes de volgende dag de tent derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. getuigenisWat iemand zegt over wat God gedaan heeft. binnenging, zie, de staf van Aäron, voor het huis van Levi, bloeide; hij had bloesem voortgebracht, bloemen gedragen en amandelen doen rijpen.
9
Toen Mozes al de staven van vóór het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren tot al de Israëlieten naar buiten bracht, zagen zij het en namen ieder zijn staf.
10
En de Here zeide tot Mozes: Breng de staf van Aäron terug vóór de getuigenisWat iemand zegt over wat God gedaan heeft., om bewaard te worden tot een teken voor de wederspannigen, zodatMet als gevolg dat; daardoor. gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. aan hun gemor een einde maakt en Ik het niet meer hoor, opdatZodat; met het doel dat. zij niet sterven.
11
En Mozes deed het: zoals de Here hem geboden had, deed hij.
12
De Israëlieten immers hadden tot Mozes gezegd: Zie wij geven de geest, wij komen om, wij komen allen om.
13
Al wie ook maar nadert tot de tabernakelTent waar God Zijn volk ontmoette. desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren, zal sterven. Moeten wij dan tot de laatste man de geest geven?